Methodiek Technische Planning

  • Print pagina

Dit document beschrijft de wijze waarop wordt berekend hoeveel capaciteit op entry- en exitpunten van het transportnet ter beschikking gesteld kan worden.
Daartoe wordt eerst een beschrijving van het netwerk gegeven, daarna wordt beschreven op welke wijze transportcapaciteit aan de markt wordt aangeboden en vervolgens welke berekeningen gemaakt worden om de grootte van de entry- en exitcapaciteiten te kunnen vaststellen.

Het Transportnetwerk

Het transportnet dat door GTS wordt beheerd bestaat uit leidingen en stations. Het transportnet is op te delen naar gassoort (door een deel van het net stroomt G-gas (Groningen gas) en door een ander deel H-gas (Hoogcalorisch gas)). In het transportnet kan ook onderscheid worden gemaakt naar drukklasse, het hoofdtransportleidingnet (HTL) en het regionale transportleidingnet (RTL). Het RTL wordt beleverd door het HTL (via meet- en regelstations) en op haar beurt worden de netten van de distributiebedrijven grotendeels beleverd door het RTL (via gasontvangstations). Het RTL wordt alleen gebruikt voor het transport van G-gas, het HTL deels voor G-gas en deels voor H-gas. In onderstaande figuur is e.e.a. schematisch weergegeven voor het HTL.

In het HTL zijn de twee netten onderling met elkaar verbonden via mengstations. Via deze stations kan H-gas worden toegevoegd aan het G-gas net.

Het HTL bevat naast de leidingen ook een groot aantal compressorstations. Via deze stations kan het gas in druk worden verhoogd om verder transport mogelijk te maken.
Gas wordt op het net ingevoed op entrypunten. Dit kunnen zijn voedingspunten voor gas uit de binnenlandse productie, grenspunten waar gas uit andere netten (of via een LNG-terminal) binnenkomt en punten die zijn verbonden met gasopslaginstallaties.

Gas wordt na transport afgeleverd op exitpunten. Dit kunnen zijn de overslagpunten voor de distributiebedrijven en binnenlandse afnemers (de gasontvangstations), grenspunten waar gas naar andere netten wordt overgedragen en punten die verbonden zijn met gasopslaginstallaties.

Transportcontracten op entry- en exitpunten

Transportcapaciteit wordt op entry- en exitpunten aangeboden aan shippers. De capaciteit wordt vastgelegd in contracten. Entry- en exitcapaciteit kan onafhankelijk van elkaar gecontracteerd worden, een shipper hoeft bij een entry dus niet aan te geven welke exit erbij hoort. Ook op het moment van het daadwerkelijke gebruik van de transportcapaciteit hoeft de shipper dit verband niet te leggen. De enige voorwaarde is dat de hoeveelheid gas (qua energie-inhoud) die aan het net onttrokken wordt even groot moet zijn als de hoeveelheid gas (qua energie-inhoud) die aan het net wordt aangeboden. Eventuele afwijkingen worden met balancerings-instrumenten gecorrigeerd.

 

 

Transportcapaciteit

Voordat transportcapaciteit op entry- en exitpunten met shippers in contracten kan worden vastgelegd wordt vastgesteld of het transportnet over de vereiste capaciteit beschikt.
Uitgangspunten hierbij zijn (naast de contractuele verplichtingen met shippers op entry- en exitpunten) ook de druk, temperatuur en gassamenstelling op deze punten en de configuratie van het gehele gastransportnetwerk (o.a. leidingen en stations).

Voor het doorrekenen worden o.a. de volgende algoritmes gebruikt:

Drukval in een leiding (ref 2.127 Physical Properties of Natural Gases, 1980, NV Nederlandse Gasunie):

Waarbij:

 

 

Vermogen van een compressorstation (ref 2.118 Physical Properties of Natural Gases, 1980, NV Nederlandse Gasunie):

Waarbij:

Voor de verdere onderliggende algoritmes wordt verwezen naar de genoemde literatuurreferentie.

 

 

Proces

Het proces dat wordt gevolgd bij het vaststellen van de beschikbare capaciteit op entry- en exitpunten verloopt als volgt. Uitgangspunten hierbij zijn steeds de reeds bestaande verplichtingen en de voor het actuele rekenjaar onderhavige netwerkconfiguratie.

Door stapsgewijs de capaciteit op entry- en exitpunten te verhogen wordt nagegaan bij welk niveau zich juist geen knelpunt in het transportnet voordoet. Deze capaciteit kan aan de markt ter beschikking worden gesteld.
Deze berekeningen worden uitgevoerd voor een aantal toekomstige jaren waarin bekend is hoe de netconfiguratie eruit ziet.

Wanneer een marktverkenning uitwijst dat er behoefte ontstaat aan additionele capaciteit (boven de in het netwerk reeds beschikbare capaciteit) wordt deze behoefte door middel van een Open Season proces vastgelegd in lange termijn contracten. Netwerkberekeningen wijzen uit welke maatregelen getroffen moeten worden in het transportnetwerk om de capaciteit zodanig uit te breiden dat aan de nieuwe contracten kan worden voldaan. Na een investeringsbesluit worden de contracten definitief.