Pieklevering

In de Gaswet is bepaald dat leveranciers voor huishoudens en kleinverbruikers voldoende voorraad moeten hebben om ook aan de piekvraag te kunnen voldoen die optreedt op dagen met een gemiddelde effectieve etmaaltemperatuur van –9 ºC. GTS is verantwoordelijk voor de levering van het extra gas aan huishoudens en kleinverbruikers bij temperaturen van –9 ºC en lager.

In het balanceringsregime is het niet meer mogelijk om tot het einde van de gasdag te wachten met het toewijzen van de hoeveelheden voor de pieklevering. Omdat shippers verantwoordelijk zijn voor de balancering van de onbalanssignalen in hun portfolio, moet de door GTS geleverde hoeveelheid gas “near real time” worden toegewezen en moeten de POS’en dienovereenkomstig worden aangepast. De allocatie regel is derhalve: wanneer tijdens een willekeurig uur in een portfolio de som van alle allocaties aan huishoudens en kleinverbruikers groter is dan de capaciteit voor dat portfolio voor een dag met –9 ºC, zal het meerdere in het volume als pieklevering door GTS aan de shippers worden toegewezen. De capaciteit voor een dag met –9 ºC is gelijk aan de exitcapaciteit die in de winter (december / januari / februari) in rekening wordt gebracht.

De volledige tekst van de uitvoeringsregeling pieklevering en een voorbeeldberekening voor de piekleveringfactuur vindt u hieronder.

Regeling pieklevering 31 kB 13 jul 2015
Voorbeeld Piekleveringfactuur 106 kB 09 jan 2017
Pieklevering tarieven 2017 77 kB 22 dec 2016
Pieklevering tarieven 2016 181 kB 15 nov 2016
Pieklevering tarieven 2015 19 kB 23 dec 2014
Pieklevering tarieven 2014 18 kB 30 sep 2014
Pieklevering tarieven 2013 23 kB 18 dec 2014

Vanaf 1 januari 2017 is GTS eigenaar van de LNG peakshaver installatie op de Maasvlakte, Rotterdam (de Peakshaver). GTS koopt daardoor een minder groot deel van de voor de pieklevering benodigde capaciteit in. De kosten van de Peakshaver tezamen met de ingekochte capaciteit dienen als input voor de bepaling van het piekproductietarief.

De kosten van de Peakshaver worden berekend aan de hand van de reguleringssystematiek en parameters zoals deze voor de tarief gereguleerde taken is opgenomen in het methodebesluit. Voor 2017 bedragen de kosten in totaal 17,8 mln. euro*. De opbouw hiervan is weergegeven in onderstaande tabel.

Samen met de overige tariefonderdelen zoals de kosten van de via een tender ingekochte capaciteit en de kosten voor entry transportcapaciteit, resulteert dit voor 2017 in een totale kostenomvang van 40,8 mln. euro, een piekproductietarief van 0,437 €/kWh/h/y en een entry transporttarief van 1,418 €/kWh/h/y. Het exit transporttarief volgt uit het tarievenbesluit

Opbouw kosten piekproductie Peakshaver 2017** In € mln.
Kapitaalkostenvergoeding 3,9
Activawaarde 97,8
WACC 4,0%
Afschrijving 4,3
Operationele kosten 6,3
Energiekosten 3,2
Totale kosten 2017 17,8

Samen met de overige tariefonderdelen zoals de kosten van de via een tender ingekochte capaciteit en de kosten voor entry transportcapaciteit, resulteert dit voor 2017 in een totale kostenomvang van 40,8 mln. euro, een piekproductietarief van 0,437 €/kWh/h/y en een entry transporttarief van 1,418 €/kWh/h/y. Het exit transporttarief volgt uit het tarievenbesluit.


*Dit betreft een schatting, op het moment van vaststelling van het tarief was het definitieve methodebesluit dat betrekking heeft op het jaar 2017 nog niet bekend. Eventuele afwijkingen zullen via nacalculatie worden gecorrigeerd.
** De activawaarde en afschrijvingen zijn bepaald o.b.v. het peiljaar 2015. Voor de operationele kosten (OPEX) kostenenergie (ENF) en het budget voor reguliere uitbreidingsinvesteringen (RUI) is de peilperiode 2013-2015 gehanteerd. De ENF-kosten zullen gedeeltelijk worden nagecalculeerd. Het RUI budget is nul euro, aangezien in de peilperiode geen reguliere uitbreidingsinvesteringen zijn gedaan.