Pieklevering

Als gevolg van het Besluit leveringszekerheid Gaswet van 13 april 2004 is GTS gehouden voorzieningen te treffen voor de pieklevering aan de leveranciers van kleinverbruikers (afnamecategorie G1A en G2A). Er is sprake van pieklevering in het geval van bijzonder koude omstandigheden, bij een gemiddelde effectieve etmaaltemperatuur in De Bilt lager dan -9°C, en in dit geval zal GTS de vergunninghouders (de leveranciers van de kleinverbruikersmarkt) gas leveren.

Voor deze dienst wordt er door GTS elk jaar de voor pieklevering benodigde capaciteit en volume vastgesteld. Deze benodigde hoeveelheden worden onder meer op basis van historische temperatuurreeksen en verbruiksinformatie van de voorgaande winters op de relevante exit-punten vastgesteld. De transportkosten (entry en exit) die GTS reserveert voor pieklevering gedurende de winter maanden december, januari en februari worden door GTS in deze winter maanden in rekening gebracht bij de vergunninghouders naar rato van hun marktaandeel in het kleinverbruikerssegment. Het piekproductietarief wordt, ook naar rato van het marktaandeel, maandelijks verspreid over het jaar in rekening gebracht bij de vergunninghouders.

Daadwerkelijke pieklevering

Er is sprake van daadwerkelijke pieklevering bij dagen met een effectieve etmaaltemperatuur kleiner dan -9 ºC. Wanneer dit het geval is zal de piekdrempel (=winter uurfractie maal het standaardjaarverbruik) die maandelijks per shipper wordt berekend door GTS, worden overschreden. Wanneer de piek drempel van de shipper wordt overschreden wordt het meerdere terug gealloceerd middels een entry allocatie op het virtual point peak supply. De hoeveelheden die op dit virtual point peak supply worden gealloceerd naar de shippers worden vervolgens na afloop van de maand door GTS in rekening gebracht bij de betrokken vergunninghouder.

De volledige tekst van de uitvoeringsregeling pieklevering en een voorbeeldberekening voor de piekleveringfactuur vindt u hieronder.

Regeling pieklevering 31 kB 13 jul 2015
Voorbeeld Piekleveringfactuur 106 kB 09 jan 2017
Pieklevering tarieven 2018 81 kB 22 dec 2017
Pieklevering tarieven 2017 77 kB 22 dec 2016
Pieklevering tarieven 2016 181 kB 08 dec 2017
Pieklevering tarieven 2015 19 kB 23 dec 2014
Pieklevering tarieven 2014 18 kB 30 sep 2014
Pieklevering tarieven 2013 23 kB 18 dec 2014

Tarieven Pieklevering 2019

Het tarief voor pieklevering bestaat uit twee componenten: het piekproductietarief en een tarief voor transportcapaciteit. Het piekproductietarief wordt gebaseerd op de kosten van de LNG Peakshaver en de kosten van via een tender ingekochte capaciteit.

De kosten van de LNG Peakshaver worden berekend aan de hand van de reguleringssystematiek en parameters uit het methodebesluit.* Voor 2019 bedragen de kosten in totaal 17,5 mln. euro. De opbouw hiervan is weergegeven in onderstaande tabel.

Opbouw kosten piekproductie Peakshaver 2019 In € mln.
Kapitaalkostenvergoeding 3,5
Activawaarde 99,2
WACC 3,5%
Afschrijvingen 4,3
Operationele kosten 6,4
Energiekosten 3,3
Totale kosten 2019 17,5

Naast de kosten voor piekproductie van de LNG Peakshaver zijn er ook nog andere kosten voor pieklevering, zoals bijvoorbeeld de kosten van via een tender ingekochte capaciteit en de kosten voor entry transportcapaciteit. Deze kosten bedragen samen 19,2 mln. euro. De totale kosten voor pieklevering bedragen in 2019 daarmee 36,7 mln. euro. Ter vergelijking: in 2018 was dit 37,3 mln. euro.

Door de totale kosten voor pieklevering te delen door de benodigde piekleveringscapaciteit (21,98 mln. kWh/h) wordt het tarief voor pieklevering bepaald: 1,670 euro/kWh/h/y. Het piekproductietarief bedraagt 0,499 €/kWh/h/y en het entry transporttarief bedraagt 1,170 €/kWh/h/y. Het exit transporttarief op de OV-exit punten volgt uit de tarievenbijlage bij het tarievenbesluit 2019.


* Dit betekent dat de activawaarde en afschrijvingen zijn bepaald o.b.v. het peiljaar 2015. Voor de operationele kosten (OPEX), energiekosten (ENF) en het budget voor reguliere uitbreidingsinvesteringen (RUI) is de peilperiode 2013-2015 gehanteerd. Het RUI budget is nul euro, aangezien in de peilperiode geen reguliere uitbreidingsinvesteringen zijn gedaan. Er wordt een productiviteitsverbetering (‘frontier shift’) van 0,6% per jaar toegepast op alle kosten. Daarnaast worden de kosten geïndexeerd met inflatie. Met uitzondering van eventuele afwijkingen als gevolg van het beroep tegen het methodebesluit worden er geen kosten nagecalculeerd.