Balansrelatie (TTF-B)

Indien een shipper gas transporteert naar binnenlandse fysieke netwerkpunten dan bestaat de mogelijkheid om (een deel van) zijn onbalansrisico voor deze punten over te dragen aan een andere shipper. Om dit te realiseren moet een balansrelatie met een of meerdere balans leverende shippers aangegaan worden.

In een balansrelatie komen de balans ontvangende en balans leverende shipper overeen dat een vooraf bepaalde hoeveelheid gas op het virtuele handelspunt TTF-B (301411), een netwerkpunt dat speciaal hiervoor ingericht is, wordt overgedragen. De hoeveelheid wordt achteraf vastgesteld op basis van allocaties van de balans ontvangende shipper.

De balansrelatie kan worden aangegaan voor 1 of meerdere gespecificeerde afnamecategorieën (G1A, G2A, G2C, GXX, GVV en per 1-1-2018 ook GIN en GIS) van de balans ontvangende shipper. De balans ontvangende shipper blijft als  PV in het aansluitingenregister van de betreffende netbeheerder vermeld. Voor verschillende categorieën kunnen verschillende afspraken vastgelegd worden, ook is het mogelijk om slechts een selectie van de categorieën op te nemen in de balansrelatie. Het is niet mogelijk om voor individuele klanten een balansrelatie in te richten.

Varianten balansrelaties

Er zijn verschillende varianten balansrelaties mogelijk.

Procentuele-balans: De balans leverende shipper levert tot het afgesproken percentage  de fysieke afname van de balans ontvangende shipper  voor de betreffende afname categorie.

Max-balans: De gealloceerde hoeveelheid op het TTF-B netwerkpunt tussen de balans leverende shipper en de balans ontvangende shipper heeft een vooraf gespecificeerde bovengrens.

Min-balans: De gealloceerde hoeveelheid op het TTF-B netwerkpunt tussen de balans leverende shipper en de balans ontvangende shipper heeft een vooraf gespecificeerde ondergrens waaronder geen overdracht plaats heeft.

Het is mogelijk om verschillende varianten te combineren, behalve de combinatie van een procentuele balansrelatie en een vaste ondergrens.

Nominaties, Confirmaties, Allocaties, Programma’s

Het aangaan van de balansrelatie wordt door shippers geeffectueerd door middel van het sturen van een specifiek nominatiebericht, de BALDOC, waarin beiden de scope van de balansrelatie vastleggen.  Nominatie: een nominatie kan tot 400 dagen vooraf ingestuurd worden, echter shippers kunnen er ook voor kiezen dit op maand- of dagbasis te doen. Het is niet nodig dat shippers die een relatie zijn aangegaan hetzelfde nominatiepatroon hebben. Matching vindt plaats op dagbasis op basis van de Zero-Rule, dit in afwijking van de Lesser-rule die op het TTF geldt. Confirmaties krijgen de status “settled” mee, wanneer beide nominaties overeenkomen.

NRT-proces:  De balans leverende shipper ontvangt near-real-time informatie over de geaggregeerde exit portfolio voor zover het de scope van de balansrelatie betreft. De realisaties van de balans leverende shipper worden onder de balansrelatie beschouwd als exit allocaties Deze informatie wordt per afname categorie getoond in GasPort (en via B2B). Voor de balansontvangende partij worden deze allocaties gezien als entry allocaties, deze worden tevens getoond in GasPort (en via B2B).

Offline allocatie proces: De offline allocaties voor balansrelaties worden berekend op het moment dat een complete set van offline allocaties van de balans ontvangende partij beschikbaar is. Indien er een verschil tussen NRT en Offline is dan wordt dit financieel gesettled middels de settlement factuur.

Programma: In een exit-programma PRODOC specificeert de balans leverende shipper het totaal van zijn balansrelaties. Deze exits moeten opgesplitst worden naar kleinverbruik en overig conform zijn eigen fysieke exit (GSTPPUB voor kleinverbruik en GSTPOTHERB voor overige exit).