Veiligheid Gasontvangstation

Als u aangeslotene bent en eigenaar van het gebouw van de aansluiting, moet u zorgen voor een veilige situatie. De veiligheidsvoorschriften die verwoordt zijn in de Europese richtlijn op het gebied van explosieveiligheid (ATEX) zijn van toepassing op de installatie in het gasontvangstation en ook op de ruimte waarin de installatie is geplaatst.

In het kader van veilig werken wil Gasunie altijd door u geïnformeerd worden bij werkzaamheden binnen de zonering. In deze gevallen kunt u contact opnemen met onze operationele werkvoorbereiders. Zie voor telefoonnummers onder “Contact Veiligheid”.

Classificatie van het gebouw en gevolgen voor elektrische apparatuur.
De veiligheidsclassificatie van ruimten en de daaraan gekoppelde normen zijn afhankelijk van de ventilatiefactor (het aantal keren per uur dat inhoud van de ruimte geventileerd wordt) van deze ruimten. Voor vrijwel alle gasontvangstations geldt dat ze een ventilatievoud hebben kleiner dan vijf keer per uur. Hierdoor wordt de gasdrukregelruimte geclassificeerd als zone 1. Ook de ventilatie- en deuropeningen aan de buitenkant van de gasdrukregelruimte vallen in zone 1 tot een afstand met een straal van één meter.

Op basis van het bovenstaande zijn door Gasunie zoneringstekeningen gemaakt die op het station aanwezig zijn. Op deze tekeningen is de gasdrukregelruimte als ook de buitenkant tot één meter van de gasdrukregelruimte geclassificeerd als zone 1. Dit heeft gevolgen voor de apparatuur die gebruikt wordt in deze zone. Gasunie draagt zorg dat haar installatie voldoet aan deze regelgeving. Het is de verantwoordelijkheid van u dat het deel van de installatie, dat in eigendom is van u, voldoet aan de regelgeving.

Gasunie laat één keer per 8 jaar een keuring uitvoeren op de totale elektrische installatie in het station. Bij gebreken aan uw installatie zal Gasunie u daarover informeren en verzoeken om de manco’s op te lossen.

Bekijk alle veelgestelde vragen

Veel gestelde vragen

  • De installatie dient aantoonbaar te zijn ontworpen, gefabriceerd en geïnspecteerd volgens de voor deze installatie van toepassing zijnde wet en regelgeving. Gedurende de gebruiksfase dient de installatie aantoonbaar te worden onderhouden en te worden geïnspecteerd volgens de van toepassing zijnde wet en regelgeving.

  • Nieuwbouw gasleidingen
    Gasleidingen met een ontwerpdruk >500mbar dienen gebouwd te worden volgens de Richtlijn drukapparatuur (zie http://www.rijksoverheid.nl/ministeries/szw ).
    Het ontwerp van een gasleiding dient volgens genoemde richtlijn gecontroleerd te worden door een hiervoor door het ministerie van SZW aangewezen instelling (Notified Body, kortweg NOBO) . Ga hiervoor naar http://www.rijksoverheid.nl/ministeries/szw en zoek op - Warenwetbesluit drukapparatuur -.
    Van het geleverde product of samenstelsel van producten dient een EG conformiteitsverklaring te worden opgesteld door de fabrikant of samensteller zoals aangegeven is in de Richtlijn drukapparatuur.

    Bestaande gasleidingen
    De gasleidingen dienen volgens een deugdelijk kwaliteitsysteem te worden onderhouden. Als norm kan hiervoor de NEN 2078 bijlage K worden aangehouden. Per 2011 is de NEN 2078 komen te vervallen en opgevolgd door de NEN-EN 15001-1 en NEN-EN 15001-2 (gedetailleerde functionele eisen voor inbedrijfstelling, bedrijfsvoering en onderhoud).

  • Nieuwe standaard gasverbruikstoestellen
    Voor nieuwe standaard gasverbruiktoestellen zoals CV ketels en hete luchtverwarming geldt dat deze apparatuur dient te zijn voorzien van een CE-markering volgens de Gastoestellen richtlijn (GAD – Gas Appliance Directive).
    Voor standaard toestellen, welke een CE markering hebben dient de installateur een rapport op te stellen waarin staat dat het toestel is afgesteld volgens de door de fabrikant opgegeven waarden.
    Voor standaard toestellen, of samenstellen (z.g. cascadeschakelingen) zijnde één stookinstallatie met een nominaal vermogen van, >100 KW welke een CE markering hebben, dient een hiervoor gecertificeerde instelling een rapport op te stellen waarin staat dat het toestel is afgesteld volgens de door de fabrikant opgegeven waarden. Het certificaat van ingebruikname dient conform SCIOS (Stichting Certificatie Inspectie en Onderhoud Stookinstallaties ) te zijn. Voor nadere informatie zie: www.scios.nl.

    Nieuwe speciale gasverbruiktoestellen
    Voor deze toestellen dient door de fabrikant een compleet fabricage dossier te zijn opgesteld welke beoordeeld is door een hiervoor gecertificeerde instelling. Het certificaat van ingebruikname dient conform SCIOS te zijn.
    Voor nadere informatie zie: www.scios.nl. De fabrikant of de samensteller van deze toestellen stelt een EG conformiteitverklaring op.

    Onderhoud bestaande toestellen
    Bestaande toestellen dienen volgens de door de fabrikant opgegeven perioden te worden onderhouden en geïnspecteerd.
    Het onderhoud kan ook volgens de SCIOS richtlijn worden uitgevoerd. Meer informatie en een lijst van SCIOS gecertificeerde inspectie en onderhoudsbedrijven kunt u vinden via de website. www.scios.nl.

    Inspectie bestaande toestellen en leidingen
    Bestaande toestellen en leidingen dienen volgens de door de fabrikant opgegeven perioden te worden onderhouden en geïnspecteerd.

    Per 01-01-2013 is het Besluit Emissie-eisen Middelgrote Stookinstallaties komen te vervallen en opgegaan in het "ACTIVITEITENBESLUIT 2013:
    Wat is er voor stookinstallaties veranderd in het ACTIVITEITENBESLUIT 2013:
    Het begrip stookinstallatie is nu gelijk aan dat in de Richtlijn industriële emissies (Stookinstallatie: elk technisch toestel waarin brandstoffen worden geoxideerd ten einde de aldus opgewekte warmte te benutten).

    Daardoor vallen de volgende stookinstallaties nu ook onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit:

    1. Installaties waarin de verbrandingsgassen uitsluitend worden gebruikt voor het drogen of behandelen van producten zoals steenbakkerijen, bakkersovens, cementovens, installaties voor het roosten van ertsen, gras- en groenvoerdrogerijen, asfaltmenginstallaties, pelletiseerinstallaties, glasovens en dergelijke.
    2. Stookinstallaties waar de warmte wordt overgedragen op thermische olie, waarbij de thermische olie fungeert als medium voor warmtetransport.
    3. Procesfornuizen, zijnde stookinstallaties die in hoofdzaak gebruikt wordt voor andere doeleinden dan het verhitten van water of stoom.
    4. Luchtverhitters, bedoeld voor (ruimte)verwarming.
    5. Er is een nieuwe definitie ‘ketelinstallatie’ toegevoegd: stookinstallatie, bestaande uit een ketel waarin brandstof wordt verstookt, welke verbranding in hoofdzaak is bedoeld om kracht op te wekken of om warmte over te dragen aan water, stoom of een combinatie van water of stoom.
    6. Op nieuw geïnstalleerde gasgestookte ketelinstallaties met een vermogen groter of gelijk aan 400 kW moet binnen 4 weken na de in bedrijf stelling een NOx meting plaatsvinden. Deze eis is vanaf 1 januari 2017 van kracht op alle stookinstallaties vanaf 400 kW.
    7. In de nieuwe Activiteitenregeling staat (art. 3.7 m) dat de keuring verricht wordt door een bedrijf dat beschikt over een geldig certificaat dat is afgegeven door een instantie die door een accreditatie-instantie is geaccrediteerd teneinde uitvoering te kunnen geven aan de van de ‘Certificatieregeling voor inspectie en onderhoud stookinstallaties’ onderdeel uitmakende «Beoordelingrichtlijn voor het uitvoeren van onderhoud en inspecties aan stookinstallaties» van de Stichting Certificatie Inspectie en Onderhoud Stookinstallaties.

    Anders gezegd: het bedrijf dat de keuring uitvoert een SCIOS certificaat moet hebben voor de te keuren installatie. Gelijkwaardigheid is geschrapt.

    Verder zijn de emissie-eisen voor stooktoestellen met gasvormige, vloeibare en vaste brandstof aangescherpt en uitgebreid.

    Via de raad van Accreditatie kan gelijkwaardigheid worden aangevraagd voor buitenlandse bedrijven die inspecties op het werkgebied van SCIOS willen uitvoeren.

    [1] Bron:  http://www.infomil.nl/onderwerpen/integrale/activiteitenbesluit Hier kunt u verdere infomatie vinden over het activiteitenbesluit 2013.
    De officiele publicatie vindt u onder: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2012-558.html 
    Bijzondere aandacht voor de aandachtspunten 6 en 7, welke essentieel anders zijn dan in het BEMS.
    Zie voor onderhoud en inspectie van brandstoftoevoerleidingen:  Welke relevante wetgeving is er op dit gebied.
     

  • Indien op verzoek van aangeslotene de gasinstallatieverbinding tijdelijk buiten bedrijf wordt gesteld ten behoeve van een verandering, aanpassing of reparatie van de achter het overdrachtspunt gelegen gasinstallatie, dient deze verandering of reparatie te voldoen aan de relevante wet en regelgeving. Deze aanpassing of reparatie dient aantoonbaar integer te worden uitgevoerd. Aantoonbaarheid verloopt via een door een aangewezen instelling voor het Warenwetbesluit drukapparatuur (Notified Body) of IVG. (inspectieafdeling van de gebruiker).
    Zie ook: “Welke acties worden genomen bij een uit- of inbedrijfname van het gasontvangststation (GOS)” 

  • Na het overdrachtspunt is de KB bescherming de verantwoordelijkheid van u.

    De controlemetingen dienen volgens EN 12954 uitgevoerd te worden. De frequentie van de metingen hangt van verschillende factoren af, maar in het algemeen volstaan jaarlijkse metingen.

    De stroomverzorging vanuit het Gasunie net blijft beperkt beschikbaar.
    De Gasunie kenmerken van de KB paaltjes achter het overdrachtspunt zijn verwijderd.