Finaal advies inzake maatregelen reductie Groningenproductie

13 sep 2019

Op 10 september jl. heeft de minister van Economische Zaken en Klimaat zijn definitieve vaststellingsbesluit voor het gasjaar 2019/2020 gepubliceerd. Hierin is vastgelegd dat er in het komend jaar 11,8 bcm mag worden geproduceerd uit het Groningenveld bij een gemiddelde winter.

Daarmee komt de winning onder het door Staatstoezicht op de Mijnen geadviseerde niveau van 12 miljard Nm3. Daarnaast heeft de minister aangekondigd dat de gaswinning uit het Groningenveld medio 2022 alleen nog nodig is in het geval van een strenge winter. Dit is een hele goede ontwikkeling vanuit het belang van veiligheid voor de inwoners van Groningen. Het betekent aan de andere kant dat de Noordwest-Europese gasmarkt op relatief korte termijn een extra behoefte aan geïmporteerd gas krijgt. Het behoud van gasopslagen wordt cruciaal om de leveringszekerheid in stand te houden.

Bij de verlaging van de gaswinning uit het Groningen veld speelt de inzet van extra stikstof een sleutelrol. Door toevoeging van stikstof aan hoogcalorisch gas wordt laagcalorisch gas verkregen, dat ook wel pseudo-Groningengas wordt genoemd. De productie van meer pseudo-Groningengas leidt ertoe dat er minder gas uit Groningen gewonnen hoeft te worden. Eén van de adviezen waarop de minister zijn besluit heeft genomen is afkomstig van GTS. Op 25 juli hebben we ons advies naar de minister gestuurd. Hierin geven we aan dat het mogelijk is om komend gasjaar naar een productieniveau van minder dan 12 bcm te gaan in een gemiddeld jaar, indien de volgende stikstof gerelateerde maatregelen worden genomen:

  • de planmatige stikstofinzet te verhogen van 92,5% naar 100%
  • belever export Oude Statenzijl met pseudo G-gas
  • UGS Norg vullen met pseudo G-gas in plaats van Groningengas

De Minister heeft ons advies overgenomen en besloten tot het uitvoeren van de genoemde maatregelen. Dat betekent dat vanaf medio 2022, alle huidige industriële G-gas afnemers kunnen worden beleverd met pseudo G-gas. Ombouw van G-gas naar H-gas is vanaf dat moment, in onze ogen, geen doelmatige maatregel meer om het Groningen volume te verlagen. We hebben de Minister gevraagd een afweging van de kosten en baten van de ombouw maatregel een plaats te geven in de afronding van het lopende wetstraject. De definitieve keuze is aan de minister.

Daarnaast hebben we vanuit het oogpunt van leveringszekerheid een outlook gegeven van de benodigde Groningenproductie in de komende jaren. Als laatste hebben we de minister opgeroepen om maatregelen te nemen waardoor ook in de toekomst de leveringszekerheid wordt gegarandeerd en waardoor een goed werkende gasmarkt in Nederland wordt behouden.

Om tot ons advies te komen hebben we een marktconsultatie georganiseerd zodat de verschillende representatieve organisaties hun visie konden geven op de gehanteerde uitgangspunten/aannames en voorgestelde maatregelen. Deze marktconsultatie liep van 27 juni tot 10 juli jl. Op 4 juli jl. hebben we een workshop georganiseerd waarin we de maatregelen en uitgangspunten hebben toegelicht. We willen de verschillende partijen bedanken voor het insturen van hun consultatiereacties. Deze hebben we meegenomen in ons definitieve advies.

Hieronder staan zowel de reacties van de verschillende marktpartijen als een commentaarmatrix. In deze commentaar matrix wordt beschreven hoe we zijn omgegaan met de verschillende reacties uit de markt.

Consultatie matrix 75 kB 13 sep 2019
Reactie EFET 38 kB 13 sep 2019
Reactie Energie Nederland 255 kB 13 sep 2019
Reactie Engie 222 kB 13 sep 2019
Reactie Gasterra 324 kB 13 sep 2019
Reactie TAQA 82 kB 13 sep 2019
Reactie VEMW 177 kB 13 sep 2019