Entry- en exitcapaciteit

Het entry- en exitsysteem

GTS hanteert een entry- en exitsysteem waarbij gas het net binnenkomt op entrypunten en het net verlaat op exitpunten. Shippers kunnen, via het Prisma-platform, transportcapaciteit contracteren op entrypunten en op exitpunten. GTS voert voor het toekennen van transportcapaciteit een beschikbaarheidstoets en een transporttechnische toets uit. Voor elk entry- en exitpunt zijn door de Autoriteit Consument & Markt (ACM) tarieven vastgesteld die te vinden zijn in de appendices bij de geldende TSC. Entrycapaciteit geeft het recht om op een entrypunt een bepaalde hoeveelheid gas per uur in het landelijk gastransportnet in te voeden. Exitcapaciteit geeft het recht om op een exitpunt een bepaalde hoeveelheid gas per uur aan het landelijk gastransportnet te onttrekken.

Een direct aangeslotene kan zelf, mits hij daarvoor een licentie heeft, exitcapaciteit contracteren op zijn, op het GTS-net aangesloten, aansluiting.

GTS neemt gas in dat aangeboden wordt op entrypunten, transporteert het en stelt het gas ter beschikking op exitpunten. Een shipper heeft de vrije keuze in een combinatie van entry- en exitpunten. Een verzameling van entry- en exitcontracten van één en dezelfde shipper wordt in een portfolio samengebracht. Een shipper kan over meerdere portfolio’s beschikken.

Een shipper hoeft de entry- en exitcapaciteit niet gelijktijdig te contracteren. Wat betreft het gebruik van de gecontracteerde capaciteit geldt dat het transportnet in balans moet zijn om het gas veilig en doelmatig te transporteren. Iedere shipper is primair zelf verantwoordelijk voor de hoeveelheid gas die hij onttrekt of invoedt. In geval er toch een onbalans ontstaat, zal voor elk portfolio vastgesteld worden of het heeft bijgedragen aan het ontstaan of juist aan het verkleinen van de onbalans. Verdere uitleg kunt u vinden bij balanceringsregime.